bg header new

GettyImages 847021868Minder betaalbare huurwoningen en een nieuwe subsidiestroom van de sociale naar de commerciële tak van woningcorporaties. Dat is het wrange effect van het scheiden van corporatiebezit in een sociaal en een commercieel deel.

 

 

Mislukte commerciële avonturen waar de volkshuisvesting voor moet bloeden. Ten tijde van de Parlementaire Enquête Woningcorporaties vond iedereen dat dit afgelopen moest zijn. Daarom hebben woningcorporaties hun bezit de afgelopen tijd moeten scheiden in een sociaal (DAEB) en een commercieel (niet-DAEB) deel. Die scheiding was bedoeld om te voorkomen dat commerciële avonturen straks opnieuw een gevaar kunnen opleveren voor de maatschappelijke activiteiten.

Sectorbeeld woningcorporaties
Sinds 1 januari 2018 is de scheiding formeel rond en zijn de gevolgen in grote lijnen bekend. Die worden beschreven in het Sectorbeeld Woningcorporaties 2017(externe link), een publicatie van de Autoriteit Woningcorporaties. Heeft de scheiding er inderdaad voor gezorgd dat sociale huurders niet meer opdraaien voor commerciële avonturen? Nee, oordeelt de Woonbond. Er zijn wettelijk toegestane sluiproutes die dat toch nog mogelijk maken.

Minder betaalbare woningen
De eerste sluiproute benadeelt woningzoekenden met een laag inkomen. Als gevolg van de scheiding neemt het aantal betaalbare woningen waar zij terecht kunnen de komende jaren af. In de nieuw gevormde commerciële tak zijn 70.000 sociale huurwoningen terecht gekomen die nu nog betaalbaar zijn. Deze woningen gaan geliberaliseerd (duur verhuurd) worden zodra de zittende huurder vertrekt. Dankzij de scheiding hebben corporaties in totaal 5,9% van hun sociale bezit naar de commerciële tak kunnen verplaatsen. In de regio Amsterdam en Den Haag/Rotterdam gaat het zelfs om bijna 9%.

Subsidie via lagere rentes
De tweede sluiproute zorgt voor een nieuwe subsidiestroom van de sociale tak naar de commerciële tak. Dat heeft met de rentes te maken die verhuurders moeten betalen over de schulden die zij hebben. Met de overdracht van te liberaliseren woningen is ook schuld meegegaan naar de commerciële tak. Die betaalt daar een lagere rente over dan de sociale tak moet betalen. Het verschil tussen de nieuwe, lagere rente en de originele rente op de schuld moet door de sociale tak worden bijgelegd. Geld dat voor sociale verhuur bedoeld was vormt op die manier een subsidiestroom voor commerciële activiteiten.

Wetgever stond sluiproutes toe
De Woonbond concludeert dat een scheiding die bedoeld was om nieuwe ongelukken te voorkomen helaas weer nieuwe ongelukken heeft veroorzaakt. De wetgever heeft verzuimd de sluiproutes te dichten. De toezichthouder kan daardoor maar moeilijk verhinderen dat er volkshuisvestelijk geld voor commerciële doelen wordt ingezet. Volgens de Woonbond is dat bijzonder wrang.
(De Woonbond 20 februari 2018)

NASCHRIFT HBO DE PEEL
Waarom schenken wij, het bestuur van HBO De Peel, aandacht aan dit artikel. In dit naschrift willen wij duidelijk maken dat de hiervoor omschreven praktijken totaal niet passen bij onze verhuurder, Bergopwaarts te Deurne. Bergopwaarts heeft bij de scheiding tussen DAEB en niet-DAEB de gelegenheid aangegrepen om juist het tegenovergestelde te doen van de hiervoor aangeduide praktijken. Bij de scheiding van DAEB en niet-DAEB heeft Bergopwaarts bepaald dat vrijwel al haar geliberaliseerde huurwoningen, zo’n 110 in getal, bij mutatie worden overgeheveld naar de gereguleerde, sociale huurwoningen met een vastgestelde aanvangshuur van € 674,-. Zoals u zult begrijpen kunnen wij, de bestuursleden van HBO De Peel een dergelijk initiatief alleen maar toejuichen. Zo ziet u, het kan ook anders!

Het bestuur van HBO De Peel

 

­