bg header new

besparenmetzonnepanelen

 

 

Laagste inkomens dragen

hoogste lasten klimaatbeleid

 

De armste huishoudens betalen relatief het meeste aan het klimaatbeleid: ruim 5 procent van hun inkomen. Voor de rijkste tien procent is dat slechts 1,5 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van Milieudefensie, FNV en de Woonbond.

 

Klimaatbeleid kost geld. Om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te kunnen halen, zullen burgers moeten meebetalen, door hogere belastingen. Voor het eerst is de verdeling van de klimaatkosten tussen arm en rijk becijferd in het onderzoek van FNV, Milieudefensie en Woonbond. Uit het onderzoek blijkt dat de laagste inkomens percentueel drie keer zoveel betalen als de hoogste inkomens. 

 

Bijdrage klimaatbeleid

Percentage van besteedbaar inkomen

Laagste inkomens

€ 372

5,1%

Middeninkomens

€ 633

2,0%

Hoogste inkomens

€ 1334

1,5%

     

Wie profiteren?
Omgekeerd blijkt dat het vooral de bedrijven zijn die het meest profiteren van het geld dat beschikbaar is voor het klimaat. Zij ontvangen zo’n 2 miljard. De huishoudens ontvangen 750 miljoen, waarvan 80 procent terechtkomt bij de hogere inkomens en slechts 20 procent bij de laagste inkomens. Dat komt omdat hogere inkomens meer profiteren van bijvoorbeeld subsidie voor elektrische auto’s en verduurzaming van hun (eigen) woning.

Rechtvaardiger klimaatbeleid
Wat de Woonbond betreft moeten de lusten en de lasten van het klimaatbeleid eerlijker worden verdeeld, zei directeur Ronald Paping gisteren in Nieuwsuur. Dat kan bijvoorbeeld door extra te investeren in de verduurzaming van woningen met de slechtste energielabels, waar vaak mensen met een laag inkomen wonen. Dat moet dan wel direct voordeel voor hen opleveren. Dat kan door het treffen van energiebesparende maatregelen, met hooguit een  beperkte huurverhoging.  Paping ziet goede mogelijkheden om in de huursector klimaatbeleid te combineren met een rechtvaardiger inkomensbeleid: 'Schaf de verhuurderheffing af, in ruil voor extra investeringen in energiebesparing door verhuurders. Maar dan wel zonder of met alleen een zeer beperkte huurverhoging. Dan kunnen de woonlasten van huurders met bescheiden en lage inkomens dalen. Dat is goed voor huurders én voor het klimaat.'

Zonnepanelen
Een goed voorbeeld vormen zonnepanelen. Veel huurders kunnen de investering daarvoor zelf niet opbrengen maar zijn afhankelijk van hun verhuurder.  En zelfs als de verhuurder zonnepanelen plaatst, is het voordeel voor de huurders beperkt.  Paping pleit ervoor voor om huurders meer te laten profiteren van de opbrengst van zonnepanelen. Daarmee creëer je volgens hem ook het benodigde draagvlak voor energiebesparende maatregelen. Die zijn nodig voor een snellere verduurzaming van de sociale huurvoorraad.

(De Woonbond 19 april 2017)

­